Reisverslag ethiopië 14 tot 28 april 2010 hans vissenberg




Yüklə 77.48 Kb.
tarix26.04.2016
ölçüsü77.48 Kb.



REISVERSLAG ETHIOPIË

14 TOT 28 APRIL 2010

HANS VISSENBERG

CHRIST DE VRIES


AAD VAN DISHOECK

JOS VAN HEEL







VLUCHT EN AANKOMST IN Addis Abeba ETHIOPIË

Al vroeg op pad reisde ik op 14 april vanaf Tilburg met Aad van Dishoeck naar Schiphol. De vlucht met Türkisch Airlines via Istanboel naar Addis Abeba was zeker erg prettig. Doordat het vliegtuig half vol was konden we languit slapen. In Addis zouden we ons bij Christ en Hans voegen. Na het aanvragen van het visum en het geld wisselen (wat een dikke bundel zeg!) werden we hartelijk verwelkomd door Emebet en haar vriend, die ons van het vliegveld naar het guesthouse Almaz Tadez in Addis brachten. Daar waren Christ en Hans al een paar uur eerder gearriveerd in Addis vanuit Tanzania; dus stond ook een welkomstborrel klaar.

Na een heel lange dag was het fijn het bed in te rollen.

Het avontuur Ethiopië kan beginnen.



DE TWEEDE DAG 15 april


.

Mijn kamergenoot Aad en ik werden spontaan wakker. Het douchen was een erg natte aangelegenheid, omdat alles lekte en het water niet echt warm werd. Na de kamer en de bagage op orde gebracht te hebben gingen we met z´n vieren op weg naar La Parisienne voor het ontbijt. De paar honderd meter moest in een fikse regenbui worden afgelegd. Beginnen met een poncho aan was iets wat we in dit tropisch land echt niet verwacht hadden. Het weer was de eerste dagen niet anders dan we kennen in Nederland.

La Parisienne deed haar naam eer aan. Het scrumbled egg met uitjes en worstjes en de croissant waren heerlijk. En niet te vergeten de vruchtensap met koffie. Ikzelf koos voor bunna macheta. Om 11 uur arriveerde Emebet en konden we plannen voor de dag gaan maken. We zouden eerst het streetgirl-project bezoeken van Mulatu, ’s middags gesprek met Elias, de vertegenwoordiger van Addis Nigat en hoofd van een school en tevens onze contactpersoon naar de projectschool in Bahir Dar en de overheden aldaar. Elias is de broer van Emebet.
Emebet bracht ons naar een drukke woonwijk van krotten en armoede. Hier wonen heel veel mensen die allemaal te voet onderweg zijn. Het project ligt achter een hoge muur en is bereikbaar via een ijzeren hekwerk met een groot slot erop en een bewaker. Het gebouw is gemaakt van aan elkaar en op elkaar gelaste containers.

Het project wordt geleid door Mulatu en biedt hulp aan jonge ongehuwde meisjes met een baby. Hier leren zij op praktische wijze voor hun kindje te zorgen en ook krijgen zij een opleiding om zich in hun bestaan te gaan voorzien. Ze leren voor kapster, verrichten naaiwerk en leren omgaan met de computer en bereiden de verkoop voor van flessen zeepwater.


Terwijl de meisjes hun opleiding van één jaar verkrijgen worden de kinderen opgevangen in een geweldig georganiseerd dagverblijf, dat bij het project hoort.

Het project trok ons heel erg aan en wij waren blij Mulatu een gift van bijna 2000 euro te geven, beschikbaar gesteld door een stichting in Nederland: Books for All, een vrijwilligersproject verbonden aan de Universiteit van Tilburg

Indrukwekkend was de blijdschap van de meisjes die kleding van Ans mochten ontvangen die Aad had meegebracht. Zondag a.s. zouden ze er keurig uitzien tijdens de doopviering van de baby’s.



De betrokkenheid van Mulatu bij dit project is geweldig. Tevens is hij een ware ondernemer.

De website van Mulatu is http://www.godanaw.org

In een filmpje van 9 minuten ziet men wat wij met eigen ogen mochten ervaren.
Mulatu bracht ons om 4 uur ’s middags naar het Ghionhotel in het centrum van Addis; een oase van welvaart in een omgeving van krotten en modderige paden.

Het was goed deze sympathieke Elias te ontmoeten. Samen met zijn zus Emebet kwam hij ons op het terras van het hotel bezoeken.

Emebet deelde mee dat Joan Nightengale terug naar Canada was gegaan omwille van haar moeder, waardoor gelijk het probleem op tafel lag, wie kunnen we vinden om de school in Bahir Dar te coachen. Gekozen wordt om een advertentie te plaatsen voor een afgestudeerd pedagoog. Dit zal verder door Elias worden geregeld. Gesproken werd ook nog over de financiering van de activiteiten die door Addis Nigat verricht worden ten dienste van onze stichting. Elias zal de e-mails voortaan versturen aan alle leden van Centrum Internationaal.

Na een lekker lokaal biertje (de wijn was niet goed bevallen) bracht Elias ons naar ons hotel waar we, na een kudde op hol geslagen schapen te hebben ontweken, besloten ’s avonds te gaan eten in het artiestenrestaurant.

Het was heerlijk en we hebben uitvoerig gediscussieerd over de diverse schilderijen en geluisterd naar de verhalen van Aad over de ontmoetingen van Ans in zijn de dromen.


DE DERDE DAG 16 APRIL
Het ontbijt werd genomen in La Parisienne en daarna met een taxi naar de school van Elias.

De school was gelegen in een armoedige volkswijk en telde vier klasjes. Hier trof ons de spontaniteit van kinderen en personeel. Toen volgde een bespreking van een uur over de financiën. Duidelijk werd vooral dat communicatie met internet en per telefoon mede ook door een gebrekkige stroomvoorziening een groot probleem is in Ethiopië. Anke heeft de rechtstreekse telefonische boodschap per Nederlandse mobiel toch begrepen.

Daarna volgde nog een uitgebreide discussie over de wenselijkheid van een vertegenwoordiger in Bahir Dar om de school te kunnen begeleiden. Gedacht werd aan de plaatsing van een advertentie voor een geschoold (ortho)pedagoog.

Elias bracht ons naar de ouders van Emebet, want gewoontegetrouw wilden wij die ontmoeten. Het huis was ommuurd en de ouders waren duidelijk politiek bewust. Keizer Haile Selassi en ook het regiem van de kolonels werden uitvoerig besproken. Het was een leuke ervaring dat het gesprek in het Frans gevoerd kon worden. We namen afscheid van deze aardige mensen en we werden door Elias naar het Nationaal Museum gebracht. Een cultureel hoogstandje in Addis. Een museum dat vooral bekendheid heeft gekregen door Lucy. Zij is waarschijnlijk een van de oudst gevonden voorouders die op twee benen rechtop kon lopen: de homo habilis, de directe voorganger van de homo sapiens.

Lucy werd in 1974 in een opgedroogd meer in het noordoosten van Ethiopië gevonden; 3,2 miljoen jaar oud.

Op grond hiervan wordt Ethiopië als de wieg van de mensheid beschouwd.

Vervolgens zagen we voorwerpen, beeldjes en kruizen uit de tijd waarin de steden Aksum, Lalibella en Gondar grote invloed hadden op godsdienstige cultuur van Ethiopië.

Tevens waren er vele koninklijke voorwerpen van Haile Selassie, waaronder een houten troon. En natuurlijk vonden we schilderijen van recente kunstenaars op de eerste verdieping.

Maar het meest waren we onder de indruk van een tentoonstelling over aids. Kunstenaars die zelf met aids besmet waren beeldden op expressieve wijze hun leed uit en vertelden zelf over hun schilderij.

Buiten het hotel regelden we het vervoer voor de komende 9 dagen vanaf zondag: een ruime landroover met chauffeur. Een goede keuze!

’s Avonds per taxi naar Yod Abessinia: een Ethiopische avond met dans en Amaharic-muziek en een heerlijke maaltijd. Een indrukwekkend samenspel van wat Ethiopië weet op te brengen dat zeer de moeite waard was.


DE VIERDE DAG 17 april

We hebben uitgeslapen en daardoor laat gegeten in La Parisienne. We gaan er een toeristische dag van maken.Eerst met de taxi naar de Holy Trinity Cathedral. Het was inmiddels lunchpauze en de priest, tevens sleutelhouder werd opgetrommeld. Edoch hij had zijn sleutels thuis laten liggen en hij kon dus de kerk niet openen, maar ook niet zijn eigen woonhuis. Christ heeft hem en ons geholpen door het slot van zijn huisdeur te forceren en toen konden we naar de kerk.

Inmiddels hoorden we van de vulkaanuitbarsting in IJsland, waardoor het vliegverkeer van en naar West-Europa stil was komen te liggen. Wij hoorden dat van een Engelsman, die geen terugvlucht kon krijgen en zijn dagen in Addis ook toeristisch ging doorbrengen. Over onze terugreis maakten we ons nu geen zorgen.

De Trinity Cathedral wordt gezien als een zeer belangrijke kerk omdat daar Haile Selassie en zijn vrouw Keizerin Menen Asfaw begraven liggen in twee granieten grafplaatsen, compleet met leeuwenvoeten, in Aksumstijl gehouwen. Ook staan vooraan in de kerk twee houten tronen met veel gebeeldhouwde figuren en kleine schilderstukjes van de keizer en zijn familie. Heel mooi waren de glas-in-loodramen en een aantal grote muurschilderingen van de Heilige Drie-eenheid met Matheus, Marcus, Lucas en Johannes, die door de wolken te zien zijn.

Het exterieur van de kerk met zijn grote koperen dom, de vele beelden en de diversiteit aan stijlen, geven in feite een klein overzicht van verschillende episodes van de geschiedenis van Ethiopië.


Vlak naast de kerk is het Dergmemorial waar de graven liggen en foto’s te bezien zijn van de ministers van Haile Selassie, die in 1974 gedood zijn door de communisten.

We bezochten aansluitend de orthodoxe kerk met drie ingangen. Waar omheen in een cirkel grafmonumenten waren aangelegd, met als zeer bijzondere graven de neergestorte 34-jarige militair bij de aanval op het Pentagon in New York en ook het eerste vrouwelijke parlementslid in Ethiopie. Bij de kerk zat een jongen, een toekomstige kunstenaar, prachtige tekeningetjes in zijn schetsboek te maken.

Na een heerlijk bakje koffie met gebak wandelden wij naar het mausoleum van de dochter van Haile Selassie: Beta Maryam. Een leuke ontmoeting met een oude bedevaartganger leverde de nodige hilariteit.

Het bereiken van de crypte was een hele onderneming langs een stalen luik. Hier waren de graven van Keizerin Taitu, Keizer Menelik, keizerin Zewditu en Prinses Tsehai Haile Selassie. Opvallend was dat een aantal schilderijen sterk aan de figuur Jeroen Bosch deed denken.

De leeuwen aan de uitgang van het mausoleum moesten natuurlijk door Christ beklommen worden en gefotografeerd, ondanks het verbod om foto’s te maken, want we bevonden ons op militair terrein. Op het grasveld in het park rond het mausoleum scharrelden eeuwenoude grote schildpadden.

Toen met een taxi op zoek naar de beroemde koffiebar Tomoka. Na vele omleidingen en lang zoeken, de taxichauffeur wist echt niet de weg, kregen we dan toch heel lekkere maar sterke koffie> De inrichting van de zaak was uitermate sfeervolle zaak.

Toen verder met een busje naar Merkato, de grootste markt in Afrika en je kunt er werkelijk alles kopen. De drukte is gigantisch en iedereen wil je helpen.

Wij zochten een hoed tegen de soms felle zon. Uit de vele helpers kozen we een meisje van 12 die op erg bezorgde wijze ons door de drukte leidde en we vonden zo onze hoed, nou ja: Christ en Jos kochten elk een zwarte cap (pet). Leuk hoor. Verder over de markt slenterend vond Christ nog 15 kruisjes en deed er een om zijn nek, zodat hij onze “Priest” werd.



In feite hebben we maar een klein gedeelte van de markt gezien

Vermoeid maar voldaan keerden we per taxi naar ons hotel.

Op advies van Emebet gingen we ’s avonds naar een restaurant dat gedreven werd door wat eens de mooiste vrouw van Ethiopië was. Emebet bracht een vriendin mee, die in Nederland bosbouw had gestudeerd en nu een jaar in haar geboorteland wilde verblijven. Hoewel de maaltijd tegenviel, de organisatie slecht was en het lawaai van de disco overweldigend, hebben Hans, Christ en Aad erg genoten van de Ethiopische dans.

DE VIJFDE DAG 18 APRIL

We waren vroeg uit bed en om zeven uur stond de bestelde landrover klaar. De koffers ingeladen en afscheid genomen van de wegwerkers voor het hotel die een nieuwe teerweg hadden gemaakt met zeer authentieke werktuigen en vuur dat met oude banden werd aangehouden.

Eerst naar de koptische kerk waar negen straatmeisjes van Mulatu en andere vrouwen hun kindje lieten dopen. Een mooie viering, met veel reciterend gezang en gebed. De doopvont was een wit betegelde bak. Er werden veel foto’s gemaakt. Christ fungeerde als co-assistent van de koptische voorganger. Wat indruk maakte was toch het gelovig betrokken zijn van de zeer jonge moeders bij de doop van hun kindjes. Na een uur namen we afscheid van deze gemeenschap.

Toen een stevig ontbijt en dan op weg naar Bahir Dar, een kleine 600 kilometer naar het noorden aan het Tanameer.

De route leidde over een nieuwe weg, die kort geleden door chinezen was aangelegd. Het eerste wat ons opviel toen we Addis verlieten was de grote mate van ontbossing door de vele mensen die hun kacheltje lieten roken om te koken. Nu zie je veel nog kleine snel groeiende eucalyptusbomen als herbeplanting.

Als een film ontrolde zich het Afrikaanse landschap voor onze ogen. Omwille van het jaargetijde was het landschap over het algemeen groen en golfde als het Limburgse heuvelland.

Schilderachtige ronde hutten van riet met muren van aangestampte leem, zoals we die van oudsher kennen, in kleine groepjes bij elkaar geplaatst. Naast die hutten ziet men steeds meer vooral rechthoekige huisjes met golfplaten dak steunend op houten palen.

Heel veel mensen lopen langs de weg vaak naar markten in verderop gelegen dorpjes. Iedereen draagt iets met zich mee en vaak op het hoofd waarbij de lading in een doek gewikkeld is. Duizenden ezeltjes zagen we onderweg, steeds vol geladen met allerlei soorten vracht.

Opvallend is dat alle mensen naar je zwaaien en je ook teruggroeten.

Wanneer je een dorp passeert staan er rijen huisjes en winkeltjes langs de weg van zand en stenen en veel greppels om je nek te breken, maar er is altijd een drukte van belang. Je wordt aangestaard door vele ogen en vooral ook door de vele kinderen die je direct aanspreken en meestal wel iets van je willen hebben, maar soms ook oprechte nieuwsgierigheid uitstralen.

Zo kwamen we in een slagerswinkeltje gelegen naast het cafeetje waar we cola dronken, waar een koe in twee delen gesplitst aan de wand achter de toonbank hing. Deeltje voor deeltje werd de koe aan de talrijke klanten verkocht. Alles van de koe zou verkocht worden om op te eten, maar ook de botten om lijm van te maken.

Gaande de rit leerden wij onze chauffeur beter kennen ondanks het feit, dat hij ondanks de belofte van zijn manager, amper een woord Engels sprak. Een vriendelijke man die zelfs tijdens de lunch zijn maaltijd met ons wilde delen. De reis werd erg mooi toen we door het gebergte reden en helemaal beneden de Blauwe Nijl zagen stromen. Een onbeschrijflijk uitzicht met vele okerkleuren in een fantastische natuur.




Rond zes uur werd het donker en een uur later reden we Bahir Dar binnen langs mooi aangelegde wegen met bomen. Haili Sellassie bewoonde hier een paleis en heeft de stad een weinig Ethiopisch aandoend karakter gegeven.



Het Ghionhotel ligt in een park vol bijzondere bomen en vele kleurige bloemenperken en ziet uit op het Tanameer. Toen we aan kwamen was de hele stad, dus ook het Ghionhotel in duisternis gehuld. Er was geen elektriciteit. Dan maar de kaars aan in de kamer en na het uitpakken van de koffers en opfrissen met water, dat er gelukkig wel was. Toen naar het vis-dinner in het ronde overdekte terras, pal aan het Tanameer. We waren verrukt van zo’n mooie plaats.

We hebben het niet te laat gemaakt, want morgen zouden we naar het doel van de reis gaan: onze projectschool!


.-DE ZESDE DAG 19 APRIL
’s Morgens al vroeg op weg naar de school Felege Abay. We ontmoeten daar de 560 leerlingen en 17 leerkrachten. De directrice was nieuw; zij heet Gojjam Belay en is de locatie directeur van Felege Abay. Voorheen was zij als leerkracht al 12 jaar werkzaam. We maakten ook kennis met de supervisor manager Bayalew Smacheul, die drie basisscholen onder zich heeft, waaronder onze projectschool. Hij was speciaal voor ons aanwezig en er ging duidelijk gezag van hem uit.

Na de kennismaking en de koffie werden de zes klassen bezocht. Men werkt er met twee shiften; ’s morgens de ene helft van de leerlingen vanaf 8.15 uur en ’s middags de andere helft vanaf 2 uur. Ook de leeftijd was aangepast geworden of liever men heeft leerlingen tot niveau 4. Dit betekent dat leerlingen tot elf jaar de school bezoeken. Het groepje van 19 verstandelijk beperkte leerlingen, waarvoor we ons extra wilden inzetten, hadden allemaal niveau 1 en zij zullen niet een hoger niveau halen. In alle klassen werden we uitbundig ontvangen. De gebouwen zijn zeer armoedig, golfplaten daken en muren van aangestampte leem met stro. verstrekt wordt. In Ethiopië is er grote schroom om met gehandicapte kinderen naar buiten te komen.


Open ramen met tralies ter beveiliging tegen inbraak. De inrichting bestaat uit sobere en verveloze smalle tafels met banken. Gemiddeld 45 kinderen in de klas, waar het erg warm is. Wat het meest ontbrak waren de leermiddelen. Over de gehele school hadden de leerlingen allemaal dezelfde exercise-boeken. We deelden aan alle leerlingen een balpen uit.

Het bezoek aan de klas voor verstandelijk beperkten wees direct uit dat de diagnose voor plaatsing slechts berustte op uiterlijke kenmerken, zoals syndroom van Down en getekende kinderen vaak met autistische trekken. Ook de inrichting van de klas voor gehandicapten was uiterst sober en we boden aan voor 1000 euro in de stad hulpmiddelen voor de klas te gaan kopen. Een belangrijk facet van de aanwezigheid van deze leerlingen is het gegeven dat er brood vanuit school verstrekt werd via een betrokken persoon uit de buurt.

Ook in de andere klassen zagen we gehandicapte leerlingen tot een leeftijd van 14 jaar, wel van niveau 1, maar minder getekend.

Toen werd er gekeken naar het speelmateriaal buiten. Met name de wippen zagen er doorgezakt uit en ook de schommels konden niet gebruikt worden. Dat betekende dat we ’s middags langs de smid zouden gaan om opdracht te geven de boel te laten repareren. De kranen van de waterleiding functioneerden allemaal goed. De vier w.c.-plaatsen waren gaten in de grond, waarbij de ontlasting door de warmte opdroogt. Een gebruikelijk systeem in dit land.

Het hek rond de school, fence geheten, dat we dit jaar met zo’n 200 meter hebben laten afbouwen om de kinderen binnen het schoolterrein te houden, verdiende echt wel een verfje. De leiding van de school koos voor de kleur lichtblauw. Afgesproken werd dat wij de verf zouden betalen en dat het personeel zelf het hek zouden schilderen.

Toen kwam de nieuwbouw voor de staf en de speciale klas aan de orde. De bouwtekening van Jan Mommers kwam op tafel. In 4 fasen zou de bouwwerkzaamheden plaatsvinden:



  1. de oudbouw afbreken en afvoeren

  2. de vloer storten voor het totale bouwtraject (stafruimte en lokaal)

  3. fase 1 de bouw van de stafruimte

  4. fase 2 de bouw van het klaslokaal (mogelijk in de toekomst)

Bayalew stelde voor om de volgende dag 3 aannemers uit te nodigen die op grond van de bouwtekening en de fasering offertes zouden aanbieden.

Hierna maakten we een wandeling rond de school. Tegen het hek waren op diverse plaatsen “huisjes” gebouwd waar mensen wonen en werken Verder zagen we ook waarom het voetbalveld van de school zo heerlijk kort gemaaid was. Het hooi werd te koop aangeboden aan mensen uit de buurt die schapen en ezels houden. Echt handel!

’s Middags brachten we een bezoek aan woonwijk die rondom de school is gelegen. Kinderen herkenden ons vaak van het bezoek aan de school.

Indrukwekkend hoe de mensen hier proberen te overleven. Zo armoedig, maar andere kant zo gastvrij. En in eenvoudige Engels hoorden wij het verhaal van een vrouw die vertelde dat haar man kort geleden aan DE ziekte was overleden. Zijzelf heeft ook aids en haar dochtertje van negen, die naast haar stond is ook besmet.

De chauffeur bracht ons uiteindelijk, via de smid die beloofde de speelapparaten met stevige ijzeren balken te versterken, naar het hotel, waar we een heerlijk pilsje dronken en heerlijk vis hebben gegeten.

DE ZEVENDE DAG 20 APRIL

De volgend morgen gingen we na een heerlijk ontbijt aan het Tanameer al vroeg naar de school.

Daar had Bayalew, de manager , drie onderwijsverantwoordelijken van de gemeente uitgenodigd.

Op de eerste plaats Yabibar Addis, hoofd van de afdeling onderwijs in Bahir Dar; Abebe Tamir, de unit coördinator voor curriculum ontwikkeling en implementatie en als derde Aynalem Ayalew, orthopedagoge en aangesteld om o.a. de drie projecten voor speciaal onderwijs in Bahir Dar te begeleiden, waaronder ook onze school. Hierdoor was het eerdere plan om via Elias een sollicitatieprocedure op te starten in een klap niet meer nodig.



Het hoofd van de gemeente vertelde dat het rijk gelden (10 birr per leerling) beschikbaar gaat stellen om een nationaal curriculum voor basisscholen in te voeren. Abebe zou de scholen helpen bij het invoeren van dat curriculum. Aynalem zou hulp bieden aan de groep verstandelijk beperkten van onze school.

Uiteraard werden de email adressen uitgewisseld en wij beloofden inhoudelijke en financiele steun.

Deze ontwikkelingen stemden ons gelukkig omdat wij de verbetering van het onderwijs als hoogste doel van onze activiteiten voor de school beschouwen.

Als een zeer belangrijk punt adviseerde het hoofd van de gemeente ons het bestaande projectplan voor de school als afgewerkt te verklaren en met een nieuw plan te komen met vooral twee kernpunten die waar te maken zijn:



  • nieuwbouw te realiseren voor de staf en het lokaal voor de verstandelijk beperkten;

  • onderwijsondersteuning te geven aan leraren en vooral ten aanzien van de leerkracht voor het speciaal onderwijs.

Afgesproken werd dat Elias beschouwd wordt als onze vertegenwoordiger naar school en gemeente.

Hierna kwamen de aannemers op uitnodiging van Bayalew, de manager. Eén aannemer ontbrak, maar zou door Bayalew later benaderd worden. De wet vereist in bouwzaken dat minimaal drie offertes noodzakelijk zijn. Het bouwplan werd uitgelegd op basis van de bouwtekening en de faseringstermijnen.

Zij zouden binnen twee dagen de offertes indienen bij de Bayalew die ze aan ons zou geven als wij na het uitstapje naar het noorden op zondag weer in Bahir Dar zouden zijn.

De aannemer die gekozen wordt zou dat van ons horen via Elias.

’s Middags ging Aad met de leerkracht van de speciale groep naar de stad om inkopen te doen voor de klas. De chauffeur met auto bleef bij hen om de spullen te vervoeren.

Wij, Christ, Hans en Jos wandelden terug naar het Ghionhotel. Een hele tocht! Natuurlijk moesten we onze schoenen laten poetsen voor een paar birr. Belangrijk is wel dat je vooral goed en vooraf de prijs afspreekt. Na wat fruit gekocht te hebben op een marktje konden we heerlijk uitrusten op een terrasje, waar je half Bahir Dar aan je voorbij ziet trekken. Vervolgens hebben we gezien waar de verf voor de fence te verkrijgen is en wat het kost; toen zagen we een winkel waar een waterpomp te koop was, we leerden het Papyrushotel kennen met nette kamers en met een zwembad en toen uiteindelijk naar ons hotel.

Via een oud bekende van Christ, een zekere Mohamed, werd een boottocht op het Tanameer afgesproken van drie uur varen met bezoek aan een paar monasteries.

Veel van die monasteries dateren uit de 16de eeuw. Vaak zijn ze niet door vrouwen te bezoeken.

De boottocht leidde ons eerst naar het begin van de Blauwe Nijl. Voor Jos een hele bijzonderheid omdat hij drie maanden daarvoor het begin van de Nijl bezocht bij Alexandrië en een boottocht maakte over de Nijl van Luxor naar Aswan. Tussendoor moet het water 5223 km afleggen om in

de Middellandse zee uit te monden.



.
We bezochten daarna drie monasteries waaronder het Derbre Maryam waar we door de Priest werden ontvangen. Rustig gezeten op een bank naast de gong, d.w.z. twee horizontaal opgehangen langwerpige stenen waarop met een hamer geslagen kan worden en dat een zwaar en verdragend geluid doet weerklinken. De ronde koptische kerk om zijn prachtige muurschilderingen van allerlei momenten uit de Bijbelse geschiedenis, waaronder een mooie schildering van het Laatste Avondmaal.

Het gebouw zag er mede mooi uit door de vele ijzeren versieringen die onder aan het dak waren aangebracht. Een bezoek aan het kleine museum was de moeite waard door de afbeeldingen van vele oude manuscripten en de Priest die officieel het “gondar”-kruis toonde.

Na wat fruit gekocht te hebben terug naar de boot en Bahir Dar, maar niet zonder dat er een groepje pelikanen overvlogen en we een papyrusboot zagen varen. Natuurlijk genoten we van een oude gewoonte om samen met de stuurman een borreltje aan boord te drinken. Hier komen we zeker nog terug, als God het wil!

Terug in het hotel was inmiddels ook Aad gearriveerd die over zijn inkopen vertelde samen met de juf van de speciale klas en het bezoek bij haar thuis.

’s Avonds heerlijk uit eten.

Het schoolprojekt van Bahir Dar was bezocht en we zouden er over een paar dagen terugkeren.



DE ACHTSTE DAG 21 APRIL

Op weg naar Gondar.

De weg naar het noorden is goed berijdbaar en is kort geleden door de chinezen aangelegd.

Nadat we voor de eerste keer de Blauwe Nijl overstaken sloegen we linksaf om een kleine opfrisbeurt te doen en lijfelijk het water van de Nijl te voelen. Op deze plek zag je veel Ethiopiërs die zich aan het wassen waren naast auto’s en camions, die ook een schoonmaakbeurt kregen. Terug naar de brug lag rechts van de weg het monument van de Martelaren. Hoog langs de weg gelegen daalt het monument in terrassen naar de Nijl, waarvan het water net uit het Tanameer is ontsprongen. De betekenis van de Nijl is dan ook bron van het leven.

De martelaren symboliseren het gevecht om de vrijheid en de slachtoffers die daarbij gevallen zijn in de oorlog tegen de Italianen in de jaren 80 van de vorige eeuw. In het vervolg van de weg zullen we nog kapotgeschoten tanks aantreffen.

De beeldengroep en het gebouwtje met de eeuwige vlam, die overigens niet brandde, waren de moeite waard om te bezichtigen.



We vervolgen onze weg door het landschap in okerkleuren en groen. Het land dat net is omgeploegd ziet er gezond uit. Hier en daar zien zwaar werk verrichten met een ploeg getrokken door een os.

In de dorpjes die we passeerden waren vele mensen en ook langs de weg lijkt iedereen te voet onderweg. Ook veel vee loopt mee. Zo zagen we dat een overbelaste ezel door een bestelbusje ernstig werd aangereden. De chauffeur ging er als een haas vandoor vastgelegd op onze gevoelige plaat.

Wij vervolgen zo’n 70 km de weg tot de eerste heuvels van het Simiengebergte zich aankondigen. Dit is het wandelgebied waar de rode vos woont en ook apen.

Uit het land rijst een stenen fallus-achtge rots omhoog. Door de mensen die hier wonen ‘de pik’ genoemd.


De kleding langs de weg is enigszins veranderd. Men ziet er veelkleurig uit, maar altijd komt groen en wit terug. De mannen lopen vaak in korte broek. Zij zijn ook langer van postuur. Massai-achtig. De vrouwen zijn in lange rokken van witachtige doeken gewikkeld. Zij dragen een hoofddoek én een paraplu als parasol. Iedereen loopt met een stok.

We naderen Gusara castleworld; de eerste kastelen van Gondar. We lunchen eenvoudig cola met cake, want er was in het kleine dorpje niet meer voor handen. De omgeving ziet er erg armoedig uit, vuil en kapot . De kleding van de kinderen zit vol gaten. Aan ons als toeristen vragen ze om schoenen. In het gunstigste geval dragen ze vieze plastic schoentjes. Overigens zien de kinderen er wel stralend uit. De meisjes vooral met hun mooie vlechtjes in het haar.

De nieuwe weg loopt door dit dorp waarlangs alleen maar krotten liggen. Deze weg is naar wij hopen toch de basis van vooruitgang en iets meer welvaart.

We rijden over een droge rivierbedding waar klimgeiten langs onze auto weg sprongen en rijden dan Gondar binnen.

In het centrum kozen we voor het Circle-hotel. Rond met glazen wanden en drie hoog, maar vooral uiterst sober. Geen water en elektriciteit en ook geen w.c.papier. Niet getreurd.



Natuurlijk gingen zo gauw mogelijk op weg naar het Kasteel dat Gondar beroemd heeft gemaakt en dat vaak Africa’s Camelot wordt genoemd. Het was Keizer Fasiladas, die in 1632 de Portugezen verdreef, het kasteel bouwde en Gondar in 1636 tot hoofdstad van Ethiopië maakte. Deze plaats was gunstig gelegen . Er was veel goud en ivoor, maar er waren ook veel slaven te krijgen. Verder kwamen hier ook routes samen die leidden naar de Rode zee, Soedan en Egypte.

Met behulp van een gids kregen we een goed beeld van het kasteel, dat met hulp van de Unesco totaal is gerestaureerd en pas weer een paar jaar geleden voor het publiek is opengesteld. Opvallende zaken die we naast het kasteel te zien kregen was het Turks bad en het Lions House. De gids wees ons op de grote kleurige bijenkorven die in de bomen waren opgehangen. Al van uit vroegere tijden was men gericht op honingwinning. De gids zelf was zeer geïnteresseerd in de bijeninformatie die wij voor Emebeth hadden meegebracht. Na e-mailuitwisseling zou hij ’s avonds de gegevens komen ophalen. Hij vertelde ons hoe we via internet gegevens konden verkrijgen over de Koningin van Sheba. Met name heeft Silvia Pahnkrust: cultural history of Ethiopia hierover geschreven. Dit voor de liefhebbers.

Toen met onze chauffeur op weg naar Fasiladas-bad dat op een aantal kilometers van het kasteel gelegen was. Een imposant open zwembad dat men gedeeltelijk aan het restaureren was. Het bad wordt met water gevuld vóór het Timkatfestival. Dan springen de mensen luid gillend in het water. Dit is een onderdeel van de ceremonie.

Terug in het hotel hebben we na het diner ’s avonds naar een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal gekeken onder het genot van een pilsje.




DE NEGENDE DAG 22 APRIL

We hadden besloten ’s morgens in Gondar te blijven en ’s middags naar Lalibela te rijden.

We konden ons gelukkig heerlijk wassen en zelfs de batterijen waren opgeladen.

Bezoek aan een kunstkerk stond ons te wachten. Na enig zoeken vonden we de Debre Berhan Selassie church, beroemd om de meest levendige kerkelijke kunst van Ethiopië. Door een dubbele poort komt men op het kerkterrein met middenop de beroemde kerk, waarvan de eerste bouw uit de 16de eeuw stamt en herbouwd in de late 18de eeuw. De vorm van de kerk deed ons denken aan de kerk van Giotto in Padua. Na een wandeling rond de kerk en langs de ommuring met 12 torens die de 12 apostelen symboliseerden, mochten we van de Priest naar binnen. Wel eerst de schoenen uit!!

In de kerk was het erg donker ter bescherming van de kleuren van de schilderwerken. Gelukkig mochten er twee deuren open waarlangs het zonlicht naar binnen kon komen.

We zagen vele, vooral in Ethiopië geliefde traditionele heiligen en martelaren.

104 kopjes van engeltjes aan het plafond, die allemaal op onderdelen iets van elkaar verschilden en een duivelse schildering van de hel dat door Jeroen Bosch gemaakt had kunnen zijn. Jammer dat je geen foto’s met flitslicht mocht maken, hoewel er per ongeluk natuurlijk nog vele foto’s werden genomen.

Deze kerk met omgeving was heel erg de moeite waard !



Toen naar de auto en op weg naar Lalibella. De mooie nieuwe weg hield naar een twintigtal kilometers op en ging over in een hobbelpad van keien steen en zand. Nu begrepen we dat een landrover vanaf hier noodzakelijk was. Wel was het interessant de Chinese wegwerkers met zeer geavanceerd werktuig aan de slag te zien. Overigens werd verteld dat vele van de arbeiders op deze wijze hun gevangenisstraf uitzitten.

De natuur bleef erg mooi in deze bergachtige streek met terrassen landschappen in bruine- en okerkleuren.

Het was al donker toen we in Lalibela aankwamen. Het stadje ligt op 2630 meter. We kozen voor het ‘seven olives’ hotel; een mooi gelegen hotel met veelkleurige bloemen en vogels. We hebben er heerlijk gegeten en genoten van een lekker glas wijn.

DE TIENDE DAG 23 APRIL

Lalibela ligt zeer geïsoleerd. Er is geen apotheker en ook geen bank. Wat het stadje beroemd maakt is dat het een van de grootste religie-historische sites in de koptisch christelijke wereld is. Er zijn 11 middeleeuwse kerken te bezichtigen.

De chauffeur bracht ons naar de ingang van het kerkelijk terrein en we bezochten eerst we het pas geopende museum. Hier zagen we dat de diverse steden hun eigen kruis gebruiken. Zo spreekt men van het Gondarkruis, het Aksumkruis en het Lalibelakruis. Naast de kleding van de priesters uit vroegere tijd bood dit museum weinig bijzonderheden, behoudens een 10-snarige harp.

Er zijn drie groepen kerken, gescheiden door de rivier de Jordaan. De bouw van de kerken is opgedragen door een van de beroemde koningen van de Zagwee-dynastie, St. Lalibela, die in de 12e eeuw regeerde. De kerken zijn ontstaan door het uithakken in de rotsen over een periode van 23 tot 30 jaar.

Om een beeld te schetsen van de diverse kerken kan beter verwezen worden naar de begeleidende foto’s en de teksten in de Lonely Planet pg 155 e.v. Het bezoek aan de kerken van Lalibela was een hoogtepunt van de reis. Toch maakte één kerk heel veel indruk: Bet Giyorgis: geheel uit de roze rots gehakt, 15 meter hoog en bovenop is een Grieks kruis zichtbaar.

Een tweede hoogtepunt beleefde we ’s middags toen we met de landrover de bergen zijn ingereden om een bezoek te brengen aan de Yemrehanna Kristos dat op 45 km ligt van Lalibela.

De tocht naar deze kerk ging over een moeilijke begaanbare weg door een wonderschoon landschap. Dat alleen al was de moeite.

We bezochten een basisschool die op zeer aanschouwelijke wijze onderwijs verzorgde. Aangegeven in blauwe stenen werden op de speelplaats de getallen en letters geleerd.

Aangekomen in een klein dorpje werden we te voet begeleid over een wandelpad van 2 km naar het Kristoskerkje. Het kerkje is meer gebouwd dan uitgehakt. De vloer van olijfhouten panelen drijft op een moerassige ondergrond en daarop is de kerk gebouwd met prachtig bewerkte houten en stenen ramen en deuren. Achter de kerk liggen zo’n 10.000 gemummificeerde pelgrims, die naar de Kristoskerk gekomen waren om hier te sterven. Enigszins schokkend was dit wel!

Het interieur van de kerk is echt mooi te noemen. Naast de muur- en plafondschilderingen, werd aan ons zeer originele manuscripten getoond. Natuurlijk heeft deze kerk een heel mooi Kruis, dat met trots en voor een aantal birrs werd getoond.

De tocht terug naar Lalibela werd opgevrolijkt door een jong meisje die in een zak twee levende kippen bij zich had en die ze ging verkopen. Ook een priesteres reed mee in de achterbak. Hij was die morgen al om 5 uur vanuit Lalibela binnendoor naar de Krystoskerk gelopen ( zo’n 20 km) en was erg blij dat hij mee mocht rijden.

Onderweg hadden we nog veel consternatie omdat de chauffeur dacht onvoldoende benzine te hebben en het viel niet mee om de leverancier die de benzine in een tractor had te overtuigen zijn benzine te verkopen. Na veel discussie werd onze tank met 5 liter bijgevuld.

Terug in het hotel hebben we gegeten en daarna een bezoek gebracht aan een ‘tent’ waar inheemse muziek werd gespeeld en gedanst. Men dronk er honingbier. Gezellig.

Vermoeid van een lange dag, doken wij laat het bed in.

DE ELFDE DAG 24 APRIL

Vandaag gaan we terug naar Bahir Dar.

Even buiten Lalibela werd de auto langs de weg geparkeerd en bekeken wij en fotografeerden we de in grote getale langstrekkende mensen en dieren op weg naar de markt van Lalibela. Het lijkt wel een volksverhuizing.

De mensen vinden het ook leuk om gefotografeerd te worden en vooral zichzelf op het schermpje terug te zien. Het is echt met zijn allen op weg te zijn. En wat vriendelijk is men! En dat in een gebied waar hongersnood is en geen drinkwater te krijgen is. Het doet je wat!



Na anderhalf uur reden we verder door dit mooie land met hier en daar kleine nederzettingen van eenvoudige hutten. Even stoppen betekent gelijk heel veel kinderen om je heen. Vooral pennen zijn geliefd en zelfs de laatste pen hebben we weg gegeven. Triest was het om rijen mensen te zien die leven van de voedseluitdeling door de Verenigde Naties.

Het werd al laat, mede veroorzaakt door een lekke radiator die regelmatig met water moest worden bijgevuld. Om vier uur waren we in het Ghionhotel in Bahir Dar. We kregen andere kamers dan de vorige keer. We hebben de koffers weggezet om gelijk door te gaan om te zien hoe de stand van zaken was op de projectschool.

Het hek was nog niet geschilderd, maar de wippen waren door de smid hersteld. Even later kwam ook de directrice Gojjam naar de school . Zij vertelde dat het hek de volgende dag door het personeel op hun vrije zondag wordt geschilderd. De verf en de kwasten stonden al klaar.
DE TWAALFDE DAG 25 APRIL.
Vandaag staat een boottocht op het Tanameer op het programma.

De vertrekplaats voor de boten was naast ons hotel. Om half 10 waren wij vieren klaar voor vertrek toen zich een extra passagier aanmeldde. Na veel gedoe over de prijs en met goedvinding van ons stapte Roland Illi in de boot. Hij bleek een Zwitser te zijn die met een aantal kameraden per camper op weg was naar de wereldkampioenschappen voetbal in Zuid Afrika.

Op het water was het heerlijk toeven. Een temperatuur van 26 graden en een zachte bries.

Na een half uur kwamen we bij Kebran Gabriël, een van de mooiste en sfeervolle monasteries uit de 17de eeuw.

Kenmerkend zijn de 12 kolommen tellende ommegang rond de kerk waarlangs men het kerkje kan binnengaan. De wanden zijn helemaal puntgaaf beschilderd met Bijbelse taferelen in felle kleuren. Op een handleiding kon je de afbeeldingen duiden. Het verhaal van het leven van Jezus staat centraal: de aankondiging van de geboorte aan Maria, de geboorte, de kruisiging en het verraad van Judas.

Diverse aartsengelen zijn er te zien en vooral ook het Laatste Oordeel dat duidelijk maakt het zij die naar de hel worden verwezen het niet goed zullen hebben tussen gemene duivelse figuren.

In het bijgelegen museum krijgen we veel Bijbels plaatwerk en oude manuscripten te zien. Ook diverse crossen, waaronder we nu het Gondarkruis en het Lalibela-kruis konden herkennen.

Buiten zat een groep kinderen onder een boom met een breed bladerdak te zingen. Een meisje van hooguit 13 jaar leidde de kerkelijke gezongen die stammen uit de koptische liturgie. Een jongetje begeleidde de gezangen op een grote trom. De kinderen vonden het heel gewoon dat wij tussen hen in gingen zitten en probeerden ons duidelijk te maken waarover zij zongen. De muziek was ons niet helemaal vreemd en het was vredig zo samen onder de boom te zijn.



We vervolgden onze bootreis naar andere monasteries. Roland bleek zeer geïnteresseerd te zijn over ons project en hoopte dat we na de wereldkampioenschappen contact met elkaar zouden hebben. We wisselden e-mailadressen uit. rolandilli@bluewin.ch

Uiteraard wilde hij graag mee naar de school, waar we om 3 uur afgesproken hadden.

Hier was men druk bezig de ijzeren hekken van een lichtblauwe kleur te voorzien. Overigens werd niet alleen het ijzerwerk geschilderd, maar ook de betonnen muur en vooral ook zichzelf.

Men was al ver over de helft klaar, maar wat niet af kwam zouden ze de volgende dag afwerken. Uiteraard waren ook Gojjam en Bayalew aanwezig. Zelfs leden van het oudercomité, waaronder een oud-hoofd van de school toonden zich geïnteresseerd. Aad deelde zijn CZ-ballonnen uit aan de toegestroomde kinderen.Een nieuwe plastic voetbal werd opgepompt en er kon gevoetbald worden …. tot de bal op een grote distel belandde.



Om de middag goed te beëindigen werd iedereen uitgenodigd om een glaasje te gaan drinken in een goed restaurant dat geleid wordt door een oud-collega voor creativiteit van de school.

Het was heel gezellig en Christ dankte bij het afscheid iedereen van de school voor hun aanwezigheid en samenwerking en zo ook de restauranthoudster voor de rekening. Allemaal tot een spoedig weerzien!

Terug in het Ghionhotel bleek onder het genot van een pilsje dat de rekening van het restaurant niet betaald was. Dus besloten we het weerzien met haar te bespoedigen en terug te gaan naar het restaurant, de rekening alsnog te betalen en te blijven eten.

We maakten het niet te laat die avond want morgen wachtte een lange reis naar Addis Abeba.



DE DERTIENDE DAG 26 APRIL

Bij het wakker worden lagen er vele takken van de franchipani-boom voor onze kamerdeur. Een gift van de tuinman van het hotel, die ons iedere morgen een fijne dag toewenst.

We namen allemaal een aantal takken mee in het koffer in de hoop dat ooit uit zo’n tak een boom gaat groeien die witte bloempjes draagt. De meisjes op Bali zijn er bekend om geworden.

Na een laatste ontbijt in Bahir Dar op het vertrouwde plaatsje met uitzicht op het Tanameer reden we om 8 uur weg.



We hadden prachtig weer en hoewel het verrassende van de heenweg enigszins weg was, is het toch heel mooi wat je onderweg voorgeschoteld wordt aan mensen, dieren en landschappen.

Vermoeid maar voldaan dat er de lange reis op zat, namen we onze intrek in het bekende guesthouse van de vorige keer. Gezellig gegeten in het kunstrestaurant.



DE VEERTIENDE DAG 27 APRIL

De laatste volle dag in Addis.

Natuurlijk gingen we ontbijten in het vertrouwd geworden La Parisienne.

Belangrijk was de afspraak met Elias en Emebet in de middag. Dus hadden we nog even de tijd om de stad in te wandelen. We kwamen uit bij de kapper die ons alle vier een scheer-, haarwas- en knipbeurt gaf. Een hele fijne behandeling en dus een aanrader!

In het Ghionhotel ontmoetten wij Emebet. Op basis van het gesprek met de onderwijsmensen van de gemeente had Hans een voorstel gemaakt, waarop Elias het ene deel van het projectplan kon schrijven.

De bouwplannen vormden het tweede deel en daartoe werd het faseringsvoorstel besproken en kon Christ de offertes van de aannemer overhandigen. Na een eerste bestudering werd besloten de goedkoopste inschrijver de bouw te gunnen, onder voorwaarde dat het gehele bestuur van Centrum Internationaal dit voorstel ondersteunde.

Hierna namen we afscheid van Emebet en Elias en spraken af dat we elkaar weer zullen ontmoeten als de bouw gerealiseerd zou zijn en de opening wordt gevierd. En mogelijk eerder!

Elias bracht ons naar het hotel waar we de koffers inpakten, afrekenden en de vriendelijke gastvrouwen een tot weerziens wensten.


Mulatu en zijn knappe jonge dochter Thereza kwamen ons ophalen voor een afscheidsetentje in het Crownhotel op korte afstand van het vliegveld.

Mulatu trakteerde ons op Ethiopisch eten met muziek, zang en dans. Door de grote schilderingen aan de wanden bleek men hier helemaal op Keizer Haile Selassie geïnspireerd te zijn.

Met wat weemoed, maar met stevige knuffels namen we afscheid van Mulatu, die ons op het vliegveld afleverde.

Tot gauw jullie. Tot gauw Ethiopië.
DE VIJFTIENDE EN LAATSTE DAG 28 APRIL
Wachten op ’t vliegveld van Addis tot het vliegtuig om 1.15 uur vertrok.

In Istanbul wachten tot de vlucht om 8 uur naar Amsterdam vertrok.

We landden er om goed half 11 en konden de trein naar Tilburg en Breda halen.

Toen bedankten Aad, Christ, Hans en Jos elkaar voor de mooie dagen die zij samen hebben doorgebracht.


Gelukkig werden we allen afgehaald en zijn we weer blij thuis te zijn, beladen met stapels indrukken..






Verilənlər bazası müəlliflik hüququ ilə müdafiə olunur ©azrefs.org 2016
rəhbərliyinə müraciət

    Ana səhifə